december 2019

“Als we de fok wegdraaien en drie reven in het grootzeil doen dan moet het lukken” zeg ik tegen Senne die bij me in de kuip zit. We gaan te snel. Ons plan is om bij het aanbreken van de dag bij de uiterton van de Surinamerivier aan te komen. Dan hebben we daglicht en de vloedstroom mee om de rivier op te varen. Maar doordat we goed de vaart erin hebben komen we waarschijnlijk te vroeg daar.

Nog voordat we land zien kunnen we het al ruiken. Echt een groot verschil met de zilte lucht die we al twee weken inademen. Omdat de kust van Suriname vlak is zie je het land pas op het laatste moment.

Voordat we de kust van Suriname bereiken spoelen een paar flinke buien het zoute water van het dek. In het donker turen we naar alle lichtjes. Tussen de lichten van de vissersbootjes is de verlichte uiterton moeilijk te onderscheiden. Als we denken dat we hem zien lijkt hij toch weer te bewegen; weer een visser die ons op het verkeerde been zet. Bij zonsopkomst wordt het makkelijker en vinden we de ton. Nu kunnen we de rivier op varen.

Het duurt nog even voordat we via de brede riviermonding langs fort Zeelandia de rivier opvaren. Langs Paramaribo en onder de J.A. Wijdenboschbrug door varen we richting Domburg waar we een ankerboei gereserveerd hebben.